vrijdag 1 maart 2019

Onderzetters haken


Een vriendin vroeg me of ik een set onderzetters voor haar wilde haken.
Samen zochten we een patroontje en dat vonden we bij Sparkelz Creatief.


Daar ging ik mee aan de slag.
Al snel begon ik de merken dat mijn onderzetters gingen golven. Er ging dus iets niet goed met het meerderen, waardoor ze niet plat werden.
Dus ben ik vanaf toer 4 zelf gaan fantaseren en lukte het me om ze plat te krijgen.


Omdat ik het patroon dat we gevonden hadden dus niet helemaal gevolgd heb, wil ik mijn patroon hier met jullie delen.

Ik heb de onderzetters gehaakt met 100% katoen (Catania van Schachenmayer) met haaknaald 3.

L = losse
HV = halve vaste
V = vaste
ST = stokje

Elke toer wordt met een ander kleur gehaakt.

Toer 1:
Begin met een magische ring. Haak daarin 3 L (= 1e ST) en daarna 11 ST. Sluit de toer met een HV in de 3e L van de 3 beginlossen. (12)
Toer 2:
Haak 3 L als 1e ST in een ruimte tussen ST van de vorige toer. Haak in dezelfde ruimte nog 1 ST. Haak vervolgens in elke ruimte tussen  ST van de vorige toer 2 ST. Sluit de toer met een HV in de 3e L van de 3 beginlossen. (24)
Toer 3:
Haak 3 L als 1e ST in een ruimte tussen 2 ST van de vorige toer. Haak in dezelfde ruimte nog 1 ST. Haak vervolgens in elke ruimte tussen ST van de vorige toer 2 ST. Sluit de toer met een HV in de 3e L van de 3 beginlossen. (48)
Toer 4:
Haak 2 L in een ruimte tussen 2 ST-paren van de vorige toer (=1 V en 1 L). Haak vervolgens in elke ruimte tussen 2 ST-paren 1V en daarna 1 L. Sluit de toer af met een HV in de 1e van de 2 beginlossen. (48)
Toer 5:
Haak 3 L als beginstokje in een ruimte die door de L ontstaan is in de vorige toer. Haak daarna nog 1 ST in diezelfde ruimte. Haak vervolgens in elke  lossenruimte van de vorige toer 2 ST. Sluit de toer af met een HV in de 3e L van de 3 beginlossen. (48)
Toer 6:
Haak 3 L als 1e ST in een ruimte tussen 2 ST-paren van de vorige toer. Haak daarna nog 5 ST in dezelfde ruimte. En vervolgens 1 V in de volgende ruimte. Herhaal dit tot het eind van de toer: 6 ST in de ene ruimte tussen 2 ST-paren en 1 V in de volgende ruimte. Sluit de toer af met een HV in de 3e L van de 3 beginlossen. (84)

Haak tenslotte een cirkel van lossen over elk ST van toer 3. 

Ik heb voor de 6 onderzetters 6 verschillende kleuren gebruikt. De kleuren komen allemaal 1 keer voor in de toeren van elke onderzetter.
Voor de cirkel van lossen heb ik bij allemaal de kleur van toer 6 gebruikt.
De onderzetters hebben een doorsnee van 10 cm.





En dit is het resultaat.
Het is een hele fleurige set geworden.
Mijn vriendin heeft ze intussen gekregen en ze was er super blij mee!

Groetjes, Alyt

woensdag 13 februari 2019

Tips voor het haken van het lijf van lappenpoppen

Toen ik begon met het haken van de lappenpoppen uit het boek Gehaakte Lappenpoppen van Sascha Blase van Wagtendonk had ik heel veel moeite met het haken van het lijf.
Ergens miste ik dingen in de haakbeschrijving waardoor ik niet goed begon.
Het lijf werd altijd scheef.
Later, toen ik doorhad hoe het moest, dacht ik: ja, maar dat staat toch ook in de beschrijving. Een voorbeeld van hoe een bepaalde beschrijving je op het verkeerde been kan zetten en dat het snappen van een haakpatroon per persoon kan verschillen.
Er zijn ook zoveel verschillende manieren om haakpatronen uit te schrijven.

Bij mij begon het te dagen hoe ik het moest hebben, toen ik een afbeelding vond op Pinterest. Ik heb gezocht naar de bron, maar kan die niet vinden. Dus wat ik hieronder getekend heb is niet van mezelf, maar ik wil de afbeelding hier graag gebruiken voor mijn uitleg van het haken van het lijf.


Ik ben er even van uitgegaan dat er voor het lijf 18 lossen opgezet moeten worden.
Het eerste stokje (ST) haak je in de 3e losse vanaf de haaknaald. Dit is op de tekening de nummer 1 rechts boven de lossenketting.
Daarna haak je in de volgende lossen nog 14 ST. Je begint dus met in totaal 15 ST te haken in de lossenketting. Ik steek daarbij mijn haaknaald altijd zó in de lossen, dat er twee lusjes boven de haaknaald liggen en eentje eronder.
Nu heb je alleen nog de eerste losse van de lossenketting over. Daarin haak je 3 ST.
En dan ga je terug haken langs de onderkant van de lossenketting. Van de lossen zie je dan alleen nog 1 lusje. Daar steek je in om je stokjes te maken.
En nu komt de fout, die ik altijd maakte: ik begon met het terughaken altijd in de 2e losse (nummer 2) en kwam dan aan het eind nooit uit.
Je begint met het terughaken in de 1e losse! In die steek haak je dus eigenlijk 4 ST achter elkaar!
En daarna dus nog 14 ST aan de onderkant van de lossenketting tot je weer bij het begin bent.
In de steek waar je aan de bovenkant het 1e ST haakte, haak je tenslotte nog 3 ST.
De toer maak je af met een halve vaste (HV) in het 1e ST dat je gehaakt hebt in deze toer.


De eerste toer ziet er nu zo uit.

Voor toer 2 begin je met het haken van 2 lossen (L).
Dit doe je bij de rest van het lijf in het begin van elke volgende toer.
Deze 2 L zijn extra en tellen niet als het 1e ST!


Na die 2 L haak je het 1e ST in de steek direct na de 2 L. Dat is dezelfde steek waar je de HV van de vorige toer in gehaakt hebt.
Hiermee kun je ook in de fout gaan en in de volgende steek beginnen, waardoor je ook niet goed uitkomt.

In toer 2 komen de meerderingen aan beide zijkanten van het lijf in het 3e ST van de meerderingen in toer 1.
Bij elke volgende toer komen deze meerderingen in het 2e ST van de meerderingen van de vorige toer.


Aan het eind van elke toer is de meerdering het laatste wat je doet. Daarna sluit je de toer met een HV in het eerste stokje van de toer waar je mee bezig bent.
Het lijkt een grote opening, die je dan overhoudt en je bent misschien geneigd om daar nog een stokje tussen te doen, maar dat moet niet!


Wanneer je de halve vaste aantrekt, klapt je lapje mooi dubbel en zie je de bovenkant van het lijf.

Vanaf nu is het elke toer opletten op het volgende:
Je begint de toer met 2 L en haakt daarna in elke steek een ST (te beginnen zoals hierboven beschreven). Aan de uiteinden doe je een meerdering in het 2e ST van de meerdering van de vorige toer.
Zo haak je het aantal toeren, dat in het patroon staat aangegeven.

Bij mij wordt het lijf op deze manier recht.
Wanneer ik een lijf klaar heb kan ik het nooit precies op de meerderingen dubbelvouwen. Je ziet altijd de meerderingen rechts aan de achterkant en links aan de voorkant. Dat beetje scheef trekken hoort erbij.

Ook moet ik nog opmerken dat het scheef trekken waarschijnlijk ook nog te maken kan hebben met hoe los of strak je haakt.
Toen mijn dochter, die nog vrij strak haakt, een keer een lijf haakte, trok dat toch schever dan bij mij, terwijl ze mijn beschrijving van hierboven helemaal gevolg had.
Dus trekt het lijf erg scheef, kijk dan eens of je niet heel strak haakt.

Dit is de basis van het haken van het lijf, wanneer je het lijf in één kleur haakt.
Maar het lijf kan ook in verschillende kleuren gehaakt worden.


Bij een kleurverdeling zoals bij de pandabeer haak ik altijd de eerste 4 toeren van het lijf met een andere kleur. De armen naai je altijd aan naast toer 1 tot toer 3 à 4 van het lijf.
Zó loopt de gekleurde baan mooi over in de armen.


























Bij mijn pinguïn heb ik de hele voorkant wit gehaakt. Ik ben met dit wit begonnen in toer 3.
De truc om de witte lijnen langs de zijkanten recht te laten lopen is als volgt:
Begin toer 3 met 2L en haak nog 3 ST in het grijs, wissel van kleur naar wit en haak met wit tot 3 steken voor de meerdering aan de andere zijkant. Haak dan nog 3 ST met grijs en meerder daarna. Haak door met de achterkant in het grijs.
Wanneer je dit consequent doet in elke toer, wordt de lijn mooi recht.

Het lijf met de bef van de husky hond is nog weer anders.
Toer 1 t/m 4 zijn hier helemaal wit.
Vanaf toer 5 wordt de achterkant grijs. Het wit aan de voorkant begint na 1 ST na de meerdering aan de ene kant en eindigt wanneer er aan de andere kant ook nog 1 ST voor de meerdering gehaakt moet worden. Dan ga je weer over naar grijs.
In toer 6 worden dat 2 ST na en voor de meerdering, in toer 7 3 ST en zo door tot je de bef groot genoeg vindt. Daarna ga je over naar grijs voor de voor- én achterkant.


Wanneer ik bij het lijf in meerdere kleuren werk, haak ik de draad nooit mee.
Bij het haken van stokjes zie je die draad zo lopen. Dat vind ik niet mooi.
Ik knip de draadjes af.
Het nadeel is dat er dan wel even draadjes afgehecht moeten worden.


Ik doe dit als volgt:
Ik leg een platte knoop in het grijze en het witte draadje, die het dichtst bij elkaar liggen. Niet te los, zodat je het gaatje dat er misschien aan de voorkant nog zit, dichttrekt.
Daarna steek ik de draadjes weg, zoals op bovenstaande foto te zien is. De draadjes lopen zo mee met de steek en zijn aan de voorkant niet te zien.

Zó, al mijn losse aantekeningen over het haken van het lijf van de lappenpoppen zijn even verwerkt in dit bericht. Dat maakt het voor mijn overzichtelijk en mijn losse aantekeningen kunnen weg.

Ik hoop dat er meerdere lappenpoppen-haaksters zijn die er wat aan hebben.

Groetjes, Alyt

donderdag 31 januari 2019

Lappenpoppen aap en husky hond

Sinds onze vakantie in Zweden zat er een idee voor een gehaakte lappenpop in mijn hoofd.


Ik was in die vakantie lappenpoppen aan het haken en dus zaten ze helemaal in mijn hoofd toen ik in de campingwinkel deze husky knuffels zag liggen. Ik dacht direct: een lappenpop met zo'n kop, dat wil ik wel proberen.

Het idee bleef hangen en heel langzaam is de husky uit mijn haaknaald te voorschijn gekomen.

De husky is een beetje van mezelf en heel veel van Sascha Blase, die de lappenpoppen ontworpen heeft. 
Wanneer je er veel haakt, ontdek je het systeem dat er zit in het haken van de onderdelen van de poppen. Een volgende stap kan dan zijn om kleine aanpassingen te maken om bijvoorbeeld een neus of een oor er net wat anders uit te laten zien. Een leuke uitdaging!
En zo is deze husky hond lappenpop ontstaan.


Voor de kop van de husky gebruikte ik de kop van de aap. Ik vond het wel moeilijk om deze mooi te krijgen. Het wit boven de ogen heb ik verscheidene keren uitgehaald, voordat ik vond dat het leek op de vorm van het wit op de kop van de husky knuffels.
Haken, meeschrijven, uithalen, opnieuw haken, herschrijven en zo door, tot ik tevreden was.
Meeschrijven wilde ik zeker, om hem nog eens te kunnen maken.


Voor de neus gebruikte ik ook de neus van de aap, die ik veel puntiger gemaakt heb.
De plaats van het veiligheidsneusje keek ik af bij de pandabeer.

Voor de oren en de staart keek ik naar het patroon van de vos, die in het tweede lappenpoppenboek van Sascha staat. Ik heb het boek zelf niet, maar zag het bij een vriendin en vond de oren en de staart goed passen bij mijn husky.
De oren heb ik iets smaller en hoger gemaakt.
De staart heb ik veel smaller gemaakt.


Toen ik de eerste staart die ik haakte (en die ook al smaller was dan de staart van de vos) aan het lijf vast had gemaakt, vond ik hem nog teveel op een vossenstaart lijken. 
Ik heb een tweede veel smallere staart gemaakt en die zit nu aan het lijf.


Bij het lijf vond ik het wel mooi om aan de voorkant een grote witte bef te maken.
En verder speelde ik wat met de kleuren van de armen.

Ja, en dan is een project dat zó lang in mijn hoofd gezeten heeft eindelijk af!
Heerlijk!

En heb ik nu twee mooie nieuwe lappenpoppen, die ik op mijn verkooppagina ga zetten.


Want natuurlijk heb ik de aap ook helemaal gemaakt.





















Ik heb al veel lappenpoppen gehaakt.
Meerdere olifanten, schapen, pandaberen en pinguïns, een prinses en nu dus een aap en een husky hond, die ik zelf bedacht heb.
Elke keer is het resultaat zó leuk.
Ik ga nog wel even door.

Het haken van het lijf van de lappenpoppen vind ik een verhaal apart. Ik heb er al veel over opgezocht en voor mezelf opgeschreven. In mijn volgende weblogbericht ga ik dat eens met jullie delen.

Groetjes, Alyt