13 februari 2019

Tips voor het haken van het lijf van lappenpoppen en het aannaaien van het hoofd

Toen ik begon met het haken van de lappenpoppen uit het boek Gehaakte Lappenpoppen van Sascha Blase van Wagtendonk had ik heel veel moeite met het haken van het lijf.
Ergens miste ik dingen in de haakbeschrijving waardoor ik niet goed begon.
Het lijf werd altijd scheef.
Later, toen ik doorhad hoe het moest, dacht ik: ja, maar dat staat toch ook in de beschrijving. Een voorbeeld van hoe een bepaalde beschrijving je op het verkeerde been kan zetten en dat het snappen van een haakpatroon per persoon kan verschillen.
Er zijn ook zoveel verschillende manieren om haakpatronen uit te schrijven.

Bij mij begon het te dagen hoe ik het moest hebben, toen ik een afbeelding vond op Pinterest. Ik heb gezocht naar de bron, maar kan die niet vinden. Dus wat ik hieronder getekend heb is niet van mezelf, maar ik wil de afbeelding hier graag gebruiken voor mijn uitleg van het haken van het lijf.


Ik ben er even van uitgegaan dat er voor het lijf 18 lossen opgezet moeten worden.
Het eerste stokje (ST) haak je in de 3e losse vanaf de haaknaald. Dit is op de tekening de nummer 1 rechts boven de lossenketting.
Daarna haak je in de volgende lossen nog 14 ST. Je begint dus met in totaal 15 ST te haken in de lossenketting. Ik steek daarbij mijn haaknaald altijd zó in de lossen, dat er twee lusjes boven de haaknaald liggen en eentje eronder.
Nu heb je alleen nog de eerste losse van de lossenketting over. Daarin haak je 3 ST.
En dan ga je terug haken langs de onderkant van de lossenketting. Van de lossen zie je dan alleen nog 1 lusje. Daar steek je in om je stokjes te maken.
En nu komt de fout, die ik altijd maakte: ik begon met het terughaken altijd in de 2e losse (nummer 2) en kwam dan aan het eind nooit uit.
Je begint met het terughaken in de 1e losse! In die steek haak je dus eigenlijk 4 ST achter elkaar!
En daarna dus nog 14 ST aan de onderkant van de lossenketting tot je weer bij het begin bent.
In de steek waar je aan de bovenkant het 1e ST haakte, haak je tenslotte nog 3 ST.
De toer maak je af met een halve vaste (HV) in het 1e ST dat je gehaakt hebt in deze toer.


De eerste toer ziet er nu zo uit.

Voor toer 2 begin je met het haken van 2 lossen (L).
Dit doe je bij de rest van het lijf in het begin van elke volgende toer.
Deze 2 L zijn extra en tellen niet als het 1e ST!


Na die 2 L haak je het 1e ST in de steek direct na de 2 L. Dat is dezelfde steek waar je de HV van de vorige toer in gehaakt hebt.
Hiermee kun je ook in de fout gaan en in de volgende steek beginnen, waardoor je ook niet goed uitkomt.

In toer 2 komen de meerderingen aan beide zijkanten van het lijf in het 3e ST van de meerderingen in toer 1.
Bij elke volgende toer komen deze meerderingen in het 2e ST van de meerderingen van de vorige toer.


Aan het eind van elke toer is de meerdering het laatste wat je doet. Daarna sluit je de toer met een HV in het eerste stokje van de toer waar je mee bezig bent.
Het lijkt een grote opening, die je dan overhoudt en je bent misschien geneigd om daar nog een stokje tussen te doen, maar dat moet niet!


Wanneer je de halve vaste aantrekt, klapt je lapje mooi dubbel en zie je de bovenkant van het lijf.

Vanaf nu is het elke toer opletten op het volgende:
Je begint de toer met 2 L en haakt daarna in elke steek een ST (te beginnen zoals hierboven beschreven). Aan de uiteinden doe je een meerdering in het 2e ST van de meerdering van de vorige toer.
Zo haak je het aantal toeren, dat in het patroon staat aangegeven.

Bij mij wordt het lijf op deze manier recht.
Wanneer ik een lijf klaar heb kan ik het nooit precies op de meerderingen dubbelvouwen. Je ziet altijd de meerderingen rechts aan de achterkant en links aan de voorkant. Dat beetje scheef trekken hoort erbij.

Ook moet ik nog opmerken dat het scheef trekken waarschijnlijk ook nog te maken kan hebben met hoe los of strak je haakt.
Toen mijn dochter, die nog vrij strak haakt, een keer een lijf haakte, trok dat toch schever dan bij mij, terwijl ze mijn beschrijving van hierboven helemaal gevolg had.
Dus trekt het lijf erg scheef, kijk dan eens of je niet heel strak haakt.

Dit is de basis van het haken van het lijf, wanneer je het lijf in één kleur haakt.
Maar het lijf kan ook in verschillende kleuren gehaakt worden.


Bij een kleurverdeling zoals bij de pandabeer haak ik altijd de eerste 4 toeren van het lijf met een andere kleur. De armen naai je altijd aan naast toer 1 tot toer 3 à 4 van het lijf.
Zó loopt de gekleurde baan mooi over in de armen.


























Bij mijn pinguïn heb ik de hele voorkant wit gehaakt. Ik ben met dit wit begonnen in toer 3.
De truc om de witte lijnen langs de zijkanten recht te laten lopen is als volgt:
Begin toer 3 met 2L en haak nog 3 ST in het grijs, wissel van kleur naar wit en haak met wit tot 3 steken voor de meerdering aan de andere zijkant. Haak dan nog 3 ST met grijs en meerder daarna. Haak door met de achterkant in het grijs.
Wanneer je dit consequent doet in elke toer, wordt de lijn mooi recht.

Het lijf met de bef van de husky hond is nog weer anders.
Toer 1 t/m 4 zijn hier helemaal wit.
Vanaf toer 5 wordt de achterkant grijs. Het wit aan de voorkant begint na 1 ST na de meerdering aan de ene kant en eindigt wanneer er aan de andere kant ook nog 1 ST voor de meerdering gehaakt moet worden. Dan ga je weer over naar grijs.
In toer 6 worden dat 2 ST na en voor de meerdering, in toer 7 3 ST en zo door tot je de bef groot genoeg vindt. Daarna ga je over naar grijs voor de voor- én achterkant.


Wanneer ik bij het lijf in meerdere kleuren werk, haak ik de draad nooit mee.
Bij het haken van stokjes zie je die draad zo lopen. Dat vind ik niet mooi.
Ik knip de draadjes af.
Het nadeel is dat er dan wel even draadjes afgehecht moeten worden.


Ik doe dit als volgt:
Ik leg een platte knoop in het grijze en het witte draadje, die het dichtst bij elkaar liggen. Niet te los, zodat je het gaatje dat er misschien aan de voorkant nog zit, dichttrekt.
Daarna steek ik de draadjes weg, zoals op bovenstaande foto te zien is. De draadjes lopen zo mee met de steek en zijn aan de voorkant niet te zien.

Zó, al mijn losse aantekeningen over het haken van het lijf van de lappenpoppen zijn even verwerkt in dit bericht. Dat maakt het voor mijn overzichtelijk en mijn losse aantekeningen kunnen weg.

Ik hoop dat er meerdere lappenpoppen-haaksters zijn die er wat aan hebben.

Groetjes, Alyt


7 februari 2020 - Aanvulling op dit weblogbericht.

Omdat ik vragen krijg over hoe ik het hoofd van de lappenpoppen stevig vastmaak aan het lijf, geef ik jullie hieronder een beschrijving van hoe ik dat altijd doe.

Toer 1 van het lijf bestaat uit een voor- en een achterkant; het lijf is dubbel. Wanneer in het boek staat dat je toer 10 van het hoofd tegen toer 1 van het lijf moet naaien, naai ik toer 10 tegen de voorkant van toer 1 van het lijf en toer 11 tegen de achterkant van toer 1 van het lijf.

Zoek het midden van het hoofd en het midden van het lijf en begin daar te naaien. 

Je begint aan de voorkant. 
Laat een lange draad hangen, want je gaat naar links en naar rechts werken.
Neem een steek op van toer 10 (steek de naald van boven naar beneden en weer omhoog om een vaste heen) en daarna een steek van de voorkant van toer 1 (sla de naald van boven naar beneden en weer omhoog om een stokje heen), werk naar links, neem de volgende steek op van toer 10 en de volgende van de voorkant van toer 1 enz.
Na een aantal steken pak je de lange draad aan het begin en gaat op dezelfde manier naar rechts werken. Naai evenveel steken naar links en naar rechts tot je vindt dat het hoofd mooi aangenaaid zit. Niet te weinig steken, want dan krijg je een wiebelhoofd, maar ook niet teveel, want dan gaat het lijf teveel met de ronding van het hoofd mee. Je naait namelijk steeds in toer 10 van het hoofd en die gaat rond.
Wanneer je vindt dat je genoeg steken naar links en evenveel naar rechts gemaakt hebt, steek je naar de achterkant van het lijf. Je gaat dan steken opnemen van toer 11 van het hoofd (rond de vasten) en de achterkant van toer 1 van het lijf (rond de stokjes). Je hoeft dan niet meer per se met twee draden te naaien, je kunt ook met 1 draad helemaal achterlangs naaien.







Op deze manier maak je een dubbele rij steken en naai je dus het hoofdje zowel aan de voorkant als aan de achterkant van het lijf vast.

 Ik vind dat het hoofd zo heel stevig vastgenaaid wordt.

Succes ermee!

Nogmaals groetjes, Alyt